Minister van Onderwijs Pascal Smet maakt rare kronkels als het over de ondersteuning van de leraar gaat. Terwijl hij in zijn beleidsnota 2009-2014 schrijft dat jonge leraren moeten ondersteund worden, bespaart hij bij de eerste begrotingsronde op mentorenuren. Waren deze mentorenuren al niet lang gevraagd en eindelijk verkregen onder Smet's voorganger? In de commissie onderwijs van vorige week kwam de kritiek op deze onoordeelkundige besparing van alle kanten, ook van de coalitiegenoten van Smet. Volgens de minister zelf zijn de uren te veel versnipperd en worden ze niet altijd gebruikt waarvoor ze bedoeld waren. Bovendien, zegt hij, behoort het begeleiden van jonge leraren tot de kerntaken van het onderwijs en hoeven er dus geen gekleurde uren voor toegekend te worden aan scholen of schoolgemeenschappen. Ze kunnen, volgens hem, perfect uit de pot uren voor B(ijzondere) P(edagogische) T(aken) gehaald worden. Wat gaan we nog meemaken? Dat alle extra-uren die nu aan scholen gegeven worden voor taken die superbelangrijk zijn zoals o.a. zorg en kinderverzorging, uit een enveloppe moeten komen? Zolang die enveloppe dan groot genoeg is, valt daar zeker over te praten, maar dàt is nu juist niet het geval voor de mentorenuren. Smet kondigde meteen ook een debat aan over de ontkleuring van middelen in het leerplichtonderwijs: een interessant debat, zeker en vast, dat hand in hand gaat met een debat over autonomie van scholen. Maar weer geldt de regel dat dit geen besparingsoperatie mag worden maar een open onderzoek over kerntaken van scholen en voldoende middelen daarvoor. Open VLD is benieuwd naar dit debat en wil er zeker een constructieve rol in spelen.
|